Eerder of later met pensioen
De pensioenregeling gaat uit van een standaard pensioenleeftijd van 65 jaar. Maar werknemers hebben binnen de pensioenregeling de mogelijkheid om (deels) eerder met pensioen te gaan.
Eerder met pensioen
Eerder stoppen met werken kan vanaf 60 jaar. De werknemer bouwt dan minder pensioen op, dat bovendien over een langere periode moet worden uitgekeerd. Dat betekent dat de werknemer per jaar een lager bedrag aan pensioen ontvangt.
Eerst hoog, dan laag
De AOW-uitkering van de overheid gaat in vanaf 65 jaar. Een werknemer die eerder met pensioen gaat, ontvangt dus nog geen AOW-uitkering. De werknemer kan er in dat geval voor kiezen om in de eerste jaren van de pensionering een hoger ouderdomspensioen te ontvangen. Vanaf 65 jaar krijgt de werknemer dan een lager ouderdomspensioen, aangevuld met de AOW-uitkering van de overheid.
Deeltijdpensioen
Werknemers die hun werk geleidelijk willen afbouwen, kunnen gebruik maken van het deeltijdpensioen. De werknemer gaat dan voor enkele uren of dagen per week met pensioen, maar blijft daarnaast gewoon werken. Over de gewerkte uren blijft de werknemer pensioen opbouwen.