Veelgestelde vragen over ziekte of overlijden

1. Hoe kunnen nabestaanden eventuele pensioenrechten opsporen?

Bij overlijden van een gepensioneerde of actieve werknemer neemt het pensioenfonds automatisch contact op met de nabestaande partner (als deze bekend is bij het pensioenfonds). Samenwonende partners en ex-partners kunnen beter zelf contact opnemen, omdat het pensioenfonds soms niet over hun gegevens beschikt.
Pensioenen kunnen ook opgebouwd zijn via oud-werkgevers. Dan zijn niet altijd recente adresgegevens bekend bij de pensioenverzekeraar of pensioenfonds. Dan moeten nabestaanden zelf nagaan welke oud-werkgevers er zijn en in welke periode de overledene daar werkzaam was. Bijvoorbeeld door informatie te vragen bij oud-collega's, vakorganisaties of werkgeversorganisaties. Voor meer informatie over pensioenfondsen kunt u contact opnemen met de Informatiedesk van De Nederlandsche Bank. Website: www.dnb.nl. Telefoonnummer: (0800) 020 10 68. E-mail: info@dnb.nl.

2. Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik arbeidsongeschikt word?

Uw pensioenopbouw gaat normaal gesproken gewoon door, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. De premiebetaling komt hierbij, eventueel gedeeltelijk, voor rekening van het pensioenfonds. Als u hier gebruik van wilt maken, moet u dit schriftelijk aanvragen met behulp van de beschikking van het UWV. Als u een WIA-uitkering ontvangt, moet u de brief en de rekenbijlage opsturen. Voor de WIA geldt een arbeidsongeschiktheidspercentage van minimaal 35% om voor premievrije opbouw in aanmerking te komen.

3. Wat gebeurt er na mijn overlijden?

Na uw overlijden schrijft het pensioenfonds uw achterblijvende (ex-)partner en/of kinderen aan als zij recht hebben op partner- en/of wezenpensioen van het pensioenfonds. Als dit na één maand na uw overlijden nog niet is gebeurd en zij vermoeden dat er wel recht is op een pensioenuitkering, moeten zij zelf contact zoeken met het pensioenfonds. Het telefoonnummer en adres staan bij Contact.

 
print print icon