Ouderdomspensioen
Voor de opbouw van uw pensioen wordt er regelmatig een bedrag voor u apart gezet: de pensioenpremie. Dit geld wordt beheerd door het pensioenfonds. Het pensioenfonds zorgt ervoor dat uw geld verder groeit en dat er na uw pensionering maandelijks een vast bedrag op uw rekening wordt gestort.
Wie neemt er deel aan de regeling?
Bent u 21 jaar of ouder, dan neemt u deel aan de pensioenregeling vanaf het moment dat u gaat werken in het kappersbedrijf. Als u dan nog geen 21 bent, wordt u deelnemer vanaf de eerste van de maand waarin u 21 wordt. Uw werkgever meldt u als deelnemer aan bij het pensioenfonds. Dat moet binnen één maand na de start van uw dienstverband of de maand van uw 21ste verjaardag. Zodra u deelnemer bent, begint u met opbouwen van pensioen. Na de eerste van de maand waarin u 65 wordt, bouwt u geen pensioen meer op.
Wanneer gaat u met pensioen?
De pensioenregeling gaat uit van een standaard pensioenleeftijd van 65 jaar. Vanaf dat moment ontvangt u levenslang ouderdomspensioen. U kunt ervoor kiezen om eerder te stoppen met werken. Dit kan vanaf 60 jaar. Meer hierover leest u bij Eerder of later met pensioen.
Hoe vindt pensioenopbouw plaats?
Elk jaar bouwt u een vast percentage van uw loon aan pensioen op. Het gaat om het loon zoals dit staat in de Wet financiering sociale verzekeringen. Voor het ouderdomspensioen geldt een opbouwpercentage van 0,85% per jaar. Het partnerpensioen wordt berekend op basis van het ouderdomspensioen. Zo wordt de jaarlijkse pensioenopbouw berekend:
Pensioenopbouw per jaar = opbouwpercentage x jaarloon
Bovengrens
Uw pensioenregeling kent een bepaald maximumloon tot waar u pensioen opbouwt. De grens daarvoor wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en is gelijk aan het maximumloon voor de Wet financiering sociale verzekeringen (maximumloon Wfsv). Het meest actuele grensbedrag vindt u bij Premies. Over het deel van uw loon dat boven deze grens komt, bouwt u geen pensioen meer op.
Afkoop pensioenrechten
U kunt uw ouderdomspensioen in één keer ontvangen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Voorwaarde hiervoor is dat het ouderdomspensioen niet meer bedraagt dan de wettelijke afkoopgrens (€ 438,44 in 2012). U ontvangt na deze afkoop geen pensioen meer van het pensioenfonds en dat geldt (na uw overlijden) ook voor uw nabestaanden. U ontvangt een afkoopaanbod van het pensioenfonds op het moment dat u met pensioen gaat.
Is uw opgebouwd ouderdomspensioen minder dan € 250,- per jaar? Dan kunt u uw ouderdomspensioen ook vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd laten afkopen. Afkoop is alleen mogelijk als u daar toestemming voor geeft. Meer weten? Neem dan contact op met het pensioenfonds via het Klant Contact Center.